Moventem.nl maakt gebruik van cookies (en andere technieken) om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt.

/ Lees meer

Vraaggericht vervoer obv behoefte en mogelijkheden publiek

Interview: Ina Haveman en Henk Buis, provincie Noord-Brabant 

Mei 2016

Periodiek laten wij klanten en medewerkers interviewen door een externe journaliste: Els Holsappel, Holsappel Journalistiek & Redactie. Graag delen we namelijk interessante projecten, trends of ontwikkelingen. Lees hieronder het interview met Ina Haveman en Henk Buis.

Vraaggericht vervoer obv de behoefte en de mogelijkheden van het publiek

De provincie Brabant beheert de concessies van het openbaar vervoer en is onder ander bezig met een project om de drukte van het woon-werkverkeer op de wegen naar de Brabantse steden te verlichten. Ina Haveman werkt sinds 1997 bij de provincie en houdt zich de laatste jaren bezig met de marketing van het OV. Henk Buis wordt door de provincie en Arriva ingehuurd als extern adviseur op het gebied van marketing en communicatie in het OV. Hij speekt in dit interview op persoonlijke titel en niet vanuit zijn adviesrol voor de provincie of Arriva. Beiden zijn het er roerend over eens dat je bij vraaggericht vervoer verder moet kijken dan de bestaande OV-lijnen. Het gaat om de behoeften en de mogelijkheden van het publiek en hoe je daar inzicht in krijgt.

Welke trends zie je in de samenleving die van belang zijn voor jullie organisatie?

Ina: ‘Er zijn allerlei ontwikkelingen in het openbaar vervoer. Ten eerste hebben we het in het huidige OV steeds over bus- of treinconcessies. Maar wij leven allemaal vanuit de visie "van deur tot deur beleid". En die bus begint ergens waar jij niet bent en die eindigt ergens waar jij niet wilt zijn. Dus je hebt altijd een voor- en natraject. Ten tweede hebben we beperkte middelen. Daar waar veel vraag is, moeten we veel bussen inzetten. Daar waar minder vraag is, zullen we moeten kijken naar andere, meer kleinschalige mobiliteitsoplossingen, zoals ’ een dorpsauto of leenfietsen misschien. De keuzes die je daar moet maken, hangen af van de behoeften en de mogelijkheden van het publiek. Kunnen ze het zelf oplossen of is er nog aanvullend OV nodig? Vraaggericht vervoer leidt overigens wel tot een dilemma. Op basis van ervaringen uit het verleden weten we dat als we een buslijn stoppen omdat er nauwelijks gebruik van wordt gemaakt, we kunnen rekenen op protesten. Dan wil iedereen ineens de bus behouden en wordt de bus gezien als een soort recht, een basis die er altijd zijn moet. Maar vervolgens zit niemand erin. Er is laatst een onderzoek van het CBS geweest, waaruit blijkt dat het op het platteland vaker voorkomt dat gezinnen twee auto's hebben. Dat geeft al aan dat mensen uitstekend zelf kunnen voorzien in hun mobiliteit. Waarom zouden we daar dan een dure bus laten rijden van overheidsgeld? De helft tot tweederde van de busreizigers bestaat uit studenten en scholieren. Het beeld is dat de bus er vooral is voor ouderen, maar in werkelijkheid zit hij vol jongeren. Wat vervoerders ervaren is dat studenten thuis blijven wonen. Ze gaan niet op kamers, zodat ze minder hoeven te lenen. Vervolgens maken ze gebruik van hun studenten OV-chipkaart, met als gevolg volle bussen en treinen. Volgend jaar januari komt er ook voor mbo-scholieren een OV-chipkaart. Wat heeft dat voor consequenties?’

Henk: ‘Als het om mobiliteit gaat, zie ik dat mensen steeds meer in hun eigen mobiliteit voorzien. Taxi-initiatief Uber is een goed voorbeeld. Het is dan weliswaar verboden omdat het niet past binnen de wettelijke kaders, maar dat neemt niet weg dat er behoefte is en dat er een ontwikkeling gaande is waarin mensen zelf hun eigen oplossingen bedenken. Ik reed laatst mee met de Brabantliner. Dat is een bus tussen Utrecht en Breda, die vaak rijdt en steeds vol zit. Het OV is een vrij groot en kostenintensief systeem. Het duurt lang, voordat er iets verandert. Ik denk dat de vervoersbehoefte er over twintig jaar heel anders uitziet en dat je dus ook een veel flexibeler systeem moet hebben.’

Ina: ‘Die creativiteit van de reiziger om zijn eigen problemen op te lossen hoort bij de tijd waarin we leven, het is van nu. Je ziet het zowel bij de reiziger zelf, als bij de nieuwe mobiliteitsvormen die ontstaan, zoals bijv. de busverbindingen tussen luchthavens en FlixBus, dat zijn l varianten in dit thema.’

Henk: ‘Al die nieuwe mobiliteitsvormen zijn niet gesubsidieerd. Je moet je dus afvragen op welke plekken en momenten het bieden van mobiliteit nog een overheidstaak is. De overheid moet er vooral voor zorgen dat er spelregels zijn en een level playing field. Het is veel meer de voorwaarde creëren waaronder dingen tot ontwikkeling kunnen komen in plaats van het aanbieden van een eindproduct zelf. Daarnaast zou het mooi zijn als er meer concurrentie in het OV komt. Daar waar concurrentie is, ontstaat innovatie en wordt er ingespeeld op de vraag. In het OV is er eens in de tien jaar bij de aanbesteding van de concessie één concurrentiemoment. Dat moment gaat vooral om de prijs. Als zo'n concessie eenmaal gewonnen is, bevriest het allemaal weer. Misschien moet het aanbestedingssysteem in de toekomst op de schop. Misschien kunnen we nadenken over hoe het anders kan. Niet concurreren op wie het OV aanbiedt, maar wie de tickets verkoopt bijvoorbeeld. Net zoals in de energie- of de telecommarkt. Een paar grote spelers beheren de OV-lijnen. Naast die spelers komt er ruimte voor nieuwe spelers die OV-tickets groot inkopen en voor een lagere prijs dan in het provinciehuis bepaald is en zij zetten hun eigen marketing op. Dat geeft concurrentie in het OV en jaagt de innovatie aan.’

Waarvoor en waarom hebben jullie Moventem ingeschakeld?

Henk: ‘We waren op zoek naar een onderzoeksbureau en een marketingmanager van Arriva raadde ons Moventem aan. We maakten kennis en hadden meteen een klik. We hebben toen het reizigerspanel opgezet dat nu in beheer is bij ROB (Reizigersoverleg Brabant). Dat panel ontstond vanuit onze behoefte aan een klankbord van reizigers om de effecten van onze marketingcampagnes te toetsen. Op dit moment heeft Moventem een mooie rol in het project “We Bussen”. Dat is erop gericht om de verkeersdrukte van woon-werkverkeer naar Brabantse steden te verlichten. We proberen automobilisten te verleiden om een paar keer de bus te nemen en die uit te proberen. We hopen daarmee te bereiken dat mensen vaker zullen gaan reizen met de bus. Moventem monitort het project en doet effectmetingen: hoeveel mensen hebben we benaderd, hoeveel mensen doen er mee en wat zijn hun bevindingen? Daarnaast heeft Moventem een soort lifestyle onderzoek gedaan naar hoe mensen tegen mobiliteit aankijken, tegen woon-werkverkeer en welke beelden en vooroordelen er leven over het OV.’

Ina: ‘Die toetsing aan de voorkant is relevant, omdat je zo de doelgroep die geen gebruik maakt van het OV maar wel belangstelling heeft, kunt scheiden van de groep die je nooit in het OV zult krijgen. Bovendien kun je met de output van dat onderzoek aansluiten op de behoefte van het publiek.’

Hoe ervaren jullie de samenwerking met Moventem?

Ina: ‘Die is heel plezierig. Vooral het meedenken van Maarten is erg prettig. Als je een onderzoek wilt doen, geeft hij altijd heel duidelijk aan wat de mogelijkheden zijn en welke vragen wel of niet effectief zijn.’

Henk: ‘Dat onderschrijf ik volledig. Ze zijn heel deskundig, kritisch ook en de samenwerking is heel plezierig.

Hoe kan Moventem bijdragen aan die uitdagingen waar jullie voor staan?

Ina: ‘We hadden het net over het vraaggericht OV en dat je keuzes daarbij afhangen van de behoeften en mogelijkheden van het publiek. Kunnen mensen het heel goed zelf oplossen? Of moet de bus een andere route rijden? Dat inzicht in wat mensen willen en kunnen, gerelateerd aan het OV-aanbod, is niet echt aanwezig. Dat is een andere, nieuwe markt, waar nog niet iedereen zicht op heeft.’

Henk: ‘Dat is een goed punt. Gedrag is soms rationeel, soms helemaal niet en daartussenin zitten allerlei gradaties en variaties. Waar ik behoefte aan heb is om te weten wat mensen beweegt die zich verplaatsen van A naar B. Wat voor determinanten van gedrag zitten daaronder? Waarom doen ze wat ze doen? Ik zou het aardig vinden als Moventem eens in het jaar op eigen initiatief dat soort inzichten met klanten en de markt zou delen.’

Heb je nog tips voor Moventem?

Henk: ‘De slag naar digitalisering en meer permanent meten en monitoren in plaats van dat je via een panel periodiek onderzoek doet. Eigenlijk willen we permanent de vinger aan de pols houden. Iedereen heeft een smartphone tegenwoordig, welke kennis kun je uit die technologie halen? Daadwerkelijk gedrag meten is iets anders dan een mening achteraf ophalen. Het gaat veel sneller. Je kunt bij wijze van spreken live meekijken. Natuurlijk moeten mensen toestemming geven. Ik kan me voorstellen dat je een groep respondenten opbouwt, die je tegen een vergoeding een jaar lang anoniem mag volgen. Dat maakt het voor klanten duurder, maar die weet dan precies wie waar wanneer en waarnaartoe beweegt. Ik zou Maarten aanraden om in de mogelijkheden van die nieuwe technologieën te duiken.’

Moventem in kernwoorden: Deskundig, meedenken, plezierige samenwerking

Meer weten? Neem contact op met:

Lees ook

Uw mening over onze website?