Moventem.nl maakt gebruik van cookies (en andere technieken) om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt.

/ Lees meer

Basismobiliteit en de kansen voor vraaggerichtere mobiliteit

Interview: Ivo Visser, senior adviseur, Moventem

Juli 2017

Periodiek laten wij klanten en medewerkers interviewen door een externe journaliste: Els Holsappel, Holsappel Journalistiek & Redactie. Graag delen we namelijk interessante projecten, trends of ontwikkelingen. Lees hieronder het interview met Ivo Visser.

Basismobiliteit is het samenbrengen van allerlei verschillende vervoersvormen voor doelgroepen die niet of niet helemaal zelfstandig kunnen reizen. Denk aan speciale regelingen als vervoer in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), leerlingenvervoer, het vervoer van en naar ziekenhuizen, of het speciale vervoer over langere afstanden. Al die verschillende vervoersvormen worden op verschillende manieren gefinancierd en uitgevoerd door verschillende vervoerders. Ivo Visser, adviseur van Moventem, heeft voor de regio Achterhoek een project geleid om te komen tot integratie van die verschillende vervoerssystemen. Dat heet basismobiliteit. In Groningen en Drenthe is hij als adviseur betrokken bij eenzelfde project, daar heet het publiek vervoer.

Krimpregio’s

‘Je ziet dat dat basismobiliteit vooral ontstaat in gebieden waar de druk op de leefbaarheid toeneemt als gevolg van krimp, vergrijzing en ontgroening. De Achterhoek heeft daar bijvoorbeeld mee te maken. Voorzieningen in kleine kernen verdwijnen en dat betekent dat de verwachting is dat mensen steeds meer moeten gaan reizen om van diezelfde voorzieningen gebruik te kunnen maken. Veel mensen kunnen dat op eigen gelegenheid, maar er zijn ook mensen die dat niet kunnen. Daarvoor is basismobiliteit in het leven geroepen. De winst zit hem daarbij niet zozeer in het feit dat je mensen bij elkaar in één bus kunt vervoeren, want dat blijkt nog best lastig bij deze vervoersvormen, maar wel in het feit dat je taxibussen aan elkaar kunt knopen. Een bus rijdt dan niet langer leeg terug, maar pikt op de terugweg iemand anders op. Dat kan omdat je de contracten met vervoerders bij elkaar hebt gebracht.’

Basismobiliteit in de Achterhoek

‘Bij het project in de Achterhoek werken zeven gemeenten op dit project samen. Een aantal jaren geleden hebben ze gezamenlijk onderzoek naar dit thema laten doen en daar kwamen allerlei acties uit die geregeld moesten worden om het vervoer efficiënt te organiseren. Ik ben gevraagd om als projectleider de boel aan te jagen en ervoor te zorgen dat die acties ook daadwerkelijk gerealiseerd werden. Voordat we gingen starten zijn we een zorgvuldig bestuurlijk traject ingegaan. Er dienden namelijk ingrijpende maatregelen te worden genomen en dat betekende dat colleges en gemeenteraden daar een besluit over moesten nemen. Dan kun je eerst een heel plan uitwerken en er vervolgens achter komen dat men het er niet mee eens is, waarna je opnieuw kunt beginnen. Wij hebben ervoor gekozen om alle gemeentebesturen stap voor stap beslissingen te laten nemen over wat zij wilden bereiken met het nieuwe vervoerssysteem. Elk criterium hebben we voorgelegd via een MultiCriteria- Analyse (MCA), waarbij we de voor- en nadelen van dat criterium in beeld hebben gebracht. Zo zorgden we voor structuur en houvast. Door steeds stap voor stap besluiten te nemen konden we op elk moment teruggrijpen naar de reden waarom we voor iets hadden gekozen. Want als je eenmaal iets besluit is er altijd wel iemand die het met de gevolgen van dat besluit oneens is.

Voorheen was het zo dat de gemeente de opdrachtgever was. Die huurde een vervoerbedrijf in, die je vervolgens kon bellen voor een rit. Dat werd dan in een planningspakket gezet en de vervoerder maakte een planning, op basis van de ritaanvragen die hij had gekregen. De Achterhoek wilde het volledige overzicht hebben over alle aanvragen voor vervoer die er zijn, dus zowel het leerlingenvervoer als WMO-vervoer. Daarom hebben ze ervoor gekozen om alle vragen op één plek samen te laten komen. De regie en de uitvoering werd daarbij gescheiden, omdat het businessmodel van een taxibedrijf gebaseerd is op zoveel mogelijk ritten te rijden. Er is gekozen voor een regiecentrale. Daar komen alle aanvragen binnen en die regelt het vervoer. Het taxibedrijf voert het uit. Je kunt in de Achterhoek verschillende vervoerders inhuren. Ook dat is een bewuste keuze geweest.’

Publiek vervoer in Groningen en Drenthe

‘In Groningen en Drenthe ben ik met eenzelfde project bezig en toch is het anders. Ten eerste ben ik geen projectleider, maar adviseur. Ten tweede is bij publiek vervoer niet gekozen voor een regiecentrale, maar voor partnership met de vervoerder. Een derde verschil is de integratie met het reguliere openbaar vervoer. Bij publiek vervoer is er straks één centrale waaronder ook het vraagafhankelijke openbaar vervoer valt, terwijl in de Achterhoek dit nog onder Arriva valt.’

Complexe informatiestromen

‘Ik heb van beide projecten heel veel geleerd. Ik heb heel veel ervaring in het openbaar vervoer. Maar bij deze projecten gaat het om andere vervoersvormen. In het begin was ik bezig met dingen waar ik nog weinig vanaf wist. Daarnaast is er met name in het project in de Achterhoek veel tijd gaan zitten in het aangesloten houden van iedereen die bij de besluitvorming betrokken is. Naast de projectgroep werkten we met een stuurgroep waarin enkele wethouders zitting hadden. Die zaten dicht op de uitvoering. Maar je hebt natuurlijk ook de andere wethouders in de colleges en de gemeenteraden. Het bleek lastig om iedereen op hetzelfde informatieniveau te krijgen. Bovendien hadden we te maken met veel verschillende beleidsterreinen (WMO, onderwijs etc.). Als de lijnen tussen de verschillende afdelingen niet goed liepen, kwamen we in de problemen. We hebben het goed opgepakt door alles iedere keer uit te leggen, op allerlei momenten. Maar dat betekent voor mij persoonlijk, dat het project uiteindelijk breder is geworden dan ik in eerste instantie had gedacht. Ik stapte erin als aanjager en uitvoerder van acties, maar zat uiteindelijk in raads- of commissievergaderingen. Dat was redelijk nieuw voor mij. Ik vind het een verrijking ten opzichte van wat ik tot nu toe heb gedaan. Ik heb bovendien meer inzicht gekregen in hoe het vervoer in Nederland in elkaar zit en wat mensen nu precies willen van dat vervoer.’

Kijken naar de gehele reis

‘Wat voor mij als een paal boven water staat is dat wij als Moventem niet langer alleen moeten kijken naar een rit die iemand maakt met een bepaald voertuig, maar dat we moeten kijken naar de gehele reis die iemand maakt met verschillende vormen van mobiliteit. Dat kan publiek vervoer zijn, met een overstap naar het openbaar vervoer, om vervolgens op het station een fiets te huren. We moeten over de grens van het openbaar vervoer heen kijken naar de hele keten. Wij zijn een onderzoeksbureau dat graag de stem van de reiziger wil zijn richting vervoersbedrijven en opdrachtgevers. Dat betekent dat we tot in de haarvaten moeten kijken wat voor reizen mensen maken en wat zij daarin belangrijk vinden.’

 Van aanbodgericht naar vraaggericht

‘Eigenlijk is basismobiliteit een suboptimalisatie van het vervoer. Die regiecentrale in de Achterhoek zou eigenlijk alle aanvragen voor mobiliteit binnen moeten krijgen, ook die van Arriva in het reguliere openbaar vervoer. Daar is iedereen het over eens, maar niemand weet nog hoe dit geregeld moet worden. Iedereen kijkt naar mobility as a service. Hoe mooi zou het zijn als je met al je mobiliteitsvraagstukken bij die ene regiecentrale terecht zou kunnen.

Zoiets ontstaat misschien wel eerder ergens in de Randstad, omdat mensen niet vanzelfsprekend een auto hebben en dus elke keer heel bewust kiezen voor een bepaald vervoersmiddel. Eigenlijk zoek je dan een soort mobiliteitsmakelaar met een servicecontract, die voor jou je reizen regelt en ook betaald. Er is veel data beschikbaar. Dat kun je slim aan elkaar koppelen en er dan tussen gaan zitten, als een soort OV9292 Plus. Daar kun je ver in gaan. Want als je alles in je agenda bijhoudt, weet je agenda waar je naartoe gaat. Je kunt dan makkelijk zien hoe je er via verschillende vervoersmiddelen kunt komen, inclusief de voor- en nadelen. Je maakt een keuze en het wordt geregeld. Dat soort slimme oplossingen komen er heel snel aan. Als je nu, zoals in de Achterhoek en in Groningen-Drenthe zo’n regiecentrale hebt, hoe makkelijk is het dan niet om alle mobiliteit eraan te hangen? Dat gaat zeker komen.’

Als je het me vijf jaar geleden had gevraagd, had ik niet gedacht dat ik hier mee bezig zou zijn. Maar wat ik van de afgelopen periode heb geleerd is dat je niet bang moet zijn om ergens in te stappen. En dan kan het zomaar zijn, dat ik over vijf jaar iets heel anders doe dan nu. Ik heb geen planning. Maar als er zich iets voordoet of er komt iets op mijn pad, dan ga ik dat gewoon doen.’

Meer weten? Neem contact op met:

Uw mening over onze website?